Google+
  1. Deze website gebruikt cookies. Door deze website verder te gebruiken, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Leer Meer.

De neuronen binnen ons zenuwstelsel

Hoe kunnen we handelingen uitvoeren?

  1. sonja
    Als mens zijn we in staat om allerlei handelingen uit te voeren. Praten, dromen, luisteren zijn maar enkele van de vele acties waartoe we in staat zijn. Dit komt omdat we een zenuwstelsel hebben waarin neuronen mekaar impulsen gaan doorgeven zodat we deze verrichtingen kunnen uitvoeren. We nemen ons vermogen om dit te doen als normaal maar eigenlijk is zelfs een simpele beweging een ingewikkeld proces waarbij miljoenen cellen aan mekaar informatie overbrengen. Indien je mensen beter wilt begrijpen is het noodzakelijk dat je op zijn minst een basis aan informatie over het zenuwstelsel verwerft. Vele aandoeningen zoals depressies, schizofrenie en andere persoonlijkheidsstoornissen hebben dan ook met ons zenuwstelsel te maken. Als we weten dat één gram hersenweefsel al ongeveer 200.000.000 neuronen bevat kunnen we makkelijk veronderstellen dat de minste afwijking tussen deze neuronen voor psychische en andere gezondheidsproblemen kan leiden. De aanmaak van neuronen gebeurt[​IMG]tijdens de prenatale ontwikkeling waarvan maar een uitverkoren gedeelte uiteindelijk zal overblijven. De aaneenschakeling van al deze neuronen zorgt ervoor dat we over een zenuwstelsel kunnen praten. Bepaalde omgevingsfactoren en consumptiegebruiken kunnen nadelige effecten op het zenuwstelsel hebben. Zo is het bv. geweten dat alcoholconsumptie een slechte invloed kan hebben op de ontwikkeling van neuronen bij een foetus.

    Wat zijn neuronen?
    De opbouw van een neuron bestaat uit drie delen: het cellichaam, de axon of zenuwbaan en de dendrieten. Binnenin het cellichaam zit een celkern welke genetische informatie over een bepaald organisme bevat. De axon is een dunne vezel die uit het cellichaam komt en zich op het uiteinde zal vertakken in dendrieten. Deze dendrieten ontvangen info van andere cellen.

    Er bestaan 3 soorten neuronen:

    • Sensorische neuronen ontvangen informatie van ons lichaam en waarnemingsorganen en sturen deze info naar de hersenen en het ruggenmerg.
    • Motorneuronen vervoeren de info van de hersenen en het ruggenmerg naar de spieren, organen en klieren van het lichaam.
    • Interneuronen dragen informatie tussen neuronen over.
    Hoe communiceren neuronen met mekaar?
    Om informatie van de ene cel naar de andere cel over te dragen zullen de neuronen met mekaar moeten communiceren. Dit chemisch proces roept een elektronische reactie op waardoor als het ware een elektrisch signaal van de ene neuron aan de andere wordt overgedragen. Een neuron kan zich in twee staten bevinden, in rust of in actie:

    • Het rustpotentiaal is de actief onderhouden situatie waarbinnen een neuron zich bevindt wanneer het geen informatie verstuurt. Het celmembraan is binnenin negatiever geladen met eiwitmoleculen dan de buitenkant waar positieve natriumatomen in de vloeistof buiten de cel aanwezig zijn. Er is een verschil van -70 milivolt.
    • Het actiepotentiaal is de situatie die ontstaat wanneer andere neuronen of receptorcellen welke uit chemische stoffen bestaan gaan landen op dendrieten waardoor het rustpotentiaal van een cel gestimuleerd wordt om actie te ondernemen. Excitatorische signalen zullen het potentiaalverschil tussen de buitenkant en binnenkant van een cel verminderen terwijl inhibitatorische signalen het potentiaalverschil groter zullen maken. Wanneer de membraanpotentiaal in de axonheuvel door excitatorische signalen een bepaald niveau haalt zullen de natriumpoorten zich wagewijd openzetten zodat een grote hoeveelheid van natriumatomen naar binnen kan. Hierdoor kan de negativiteit van de binnenkant van het membraan positief geladen worden wat een actiepotentiaal zal doen ontstaan. Wanneer dit gebeurt zal dit altijd dezelfde grootte en vorm hebben ongeacht hoe groot de stimuli ook zijn. Dit is door de alles of niets wet te verklaren. Na het actiepotentiaal zal door het sluiten van de natriumpoorten en het openen van kaliumpoorten de rustpotentiaal opnieuw een feit worden.
    De snelheid waarbinnen neuronen informatie overdragen hangt af van de hoeveelheid neuronen dat vuurt en van het bestaan van een myelineschede welke een vetlaagje is dat rond de zenuwbaan ligt en op regelmatige afstand een inkerving vetoont. Bij gemyeliniseerde zenuwbanen gaat de actiepotentiaal van knoop tot knoop waardoor de snelheid van het signaal in sterke mate toeneemt.

    Wanneer een actiepotentiaal aan het uiteinde van een axon aankomt zal het ervoor zorgen dat een scheikundige stof wordt losgelaten in de synaptische spleet welke een vrije ruimte tussen de twee neuronen is. Deze scheikundige stoffen zijn neurotransmitters welke zich aan receptoren van het ontvangende neuron zullen vasthechten. Deze neurotransmitters werken in op de receptorplaatsen en verandert hiermee de permeabiliteit(doorlaatbaarheid) van het ontvangende neuron. Door de verhoging of verlaging van een actiepotentiaal in de ontvangende cel kunnen er stimuli worden overgedragen. Dit zal uiteraard afhangen van het type neurotransmitter en het type receptor van de ontvangende cel. Wanneer hiermee de som van de excitatorische signalen groter is dan de som van inhibitorische signalen kan een neuron vuren. De neurotransmitters kunnen gedeactiveerd worden doordat het ontvangende neuron het opneemt, het verzendende neuron het weer absorbeert of wanneer het in de synaptische spleet wordt afgebroken.

    Welke neurotransmitters zijn er?
    • Dopamine: Deze neurotransmitter staat in voor de bewegingscontrole, ons denken, doelgericht handelen, emoties en motivaties.
    • Noradrenaline en serotonine: Speelt een rol bij onze gemoedsgesteldheid waardoor een te weinige hoeveelheid depressies kan veroorzaken.
    • Acetylcholine: Zorgt mee voor bewegingscontrole en het geheugen.
    • GABA: Vermindert de kans op een actiepotentiaal welke mogelijkheden geeft voor de behandeling van epilepsie en angst.
    • Endorfine: Zal de pijn verminderen en heeft een invloed op het metabolisme.