Google+
  1. Deze website gebruikt cookies. Door deze website verder te gebruiken, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Leer Meer.

Hoe werkt ons geheugen?

Het brein ontleed

  1. sonja
    Ons geheugen wordt gevormd door vroegere ervaringen die in onze hersenen worden opgeslagen. De zoektocht naar hoe nu precies ons geheugen werkt is bijna even oud als de psychologie zelf. Het is dan ook een fascinerende materie die op de dag van vandaag zelfs nog niet helemaal ontdekt is. Er liggen ons dus in de toekomst nog leuke verrassingen in het verschiet. Van verschillende elementen zijn we wel zo goed als zeker. Zo weten we dat het moeilijker is om gebeurtenissen die lang geleden plaatsvonden te herinneren dan wat er bv. een week geleden gebeurd is. Ook is het ons opgevallen dat de meeste mensen geen herinneringen meer hebben van voor hun derde levensjaar en dat we meer herinneren tussen de periode van ons 10e tot ons 30e levensjaar dan tussen ons 30e en 60e levensjaar. Iets onthouden[​IMG] gaat ook beter als we het in het verleden al eens geleerd hebben ook al herinner je niets meer van de eerste keer dat je het gesnopen had. Dit werd door Ebbinghaus als de besparingsmethode omschreven. Het is ook een feit dat hoe langer een gebeurtenis geleden is, hoe minder goed we het zullen herinneren. Dit wordt ook wel de vergeetcurve genoemd.

    De verschillende geheugentypes:
    Omdat veel mensen denken dat het geheugen maar uit één deel bestaat bespreken we hier graag de verschillende soorten geheugentypes:

    Het primaire geheugen of kortetermijngeheugen wordt omschreven als de stroom van gedachten in het bewustzijn, het tweede geheugen wordt het secundaire geheugen of langetermijngeheugen genoemd omdat hier zich alle gebeurtenissen van het verleden hebben genesteld. Dit langetermijngeheugen wordt nog is opgedeeld in het declaratieve geheugen en het niet-declaratieve geheugen. Het declaratieve geheugen heeft als grootste verantwoordelijkheid om feiten en gebeurtenissen die men kan verwoorden te gaan herbergen. Het niet-declaratieve geheugen daarentegen is verantwoordelijk voor vaardigheden waar we ons niet terdege bewust van zijn. Door sommigen ook wel het procedurele geheugen genoemd omdat het vooral in staat voor onze motorische capaciteiten. Het is door het niet-declaratieve geheugen of impliciete geheugen dat we bv. kunnen fietsen, autorijden, veters knopen enz.

    Het declaratieve geheugen wordt nog is onderverdeeld in het episodische geheugen en het semantische geheugen. Het episodische geheugen is het geheugen voor gebeurtenissen die we zelf meegemaakt hebben(herinneringen). Zo weten we bv. waar we de eerste keer iemand gekust hebben of hoe ons eerste ongeval was. Het semantische geheugen is het geheugen voor feiten en kennis over de wereld. Hierdoor weten we bv. dat Brussel de hoofdstad van België is en dat een auto zonder brandstof niet kan rijden.

    Hoe kunnen we iets herinneren?
    Het herinneringsproces gebeurt in 3 stappen: verwerving, bewaring en oproeping van gebeurtenissen.

    De verwerving: Er zijn 3 codes die de verwerving van informatie mogelijk maken. De verbale code, de sensorische code en de motorische code. Verbale codering houdt in dat we als mens tot meer in staat zijn dan enkel concrete voorwerpen te onthouden. We kunnen namelijk dmv de verbale code informatie hercoderen tot woorden en hun bijbehorende betekenis. Sensorische codering omvat de herinneringen van zintuiglijke aspecten van een gebeurtenis. Het is hierdoor dat we ons beelden kunnen herinneren en zelfs in gedachten door het beeld kunnen wandelen. Als laatste hebben we de motorische code die ons de mogelijkheid biedt om lichamelijke vaardigheden zoals zwemmen en lopen te kunnen uitvoeren. Motorische vaardigheden kunnen niet in woorden worden omgezet. Verwerving van informatie gebeurt het best door de info door 2 verschillende codes te laten opslaan. Onderzoek wijst uit dat mensen zich informatie beter herinneren wanneer ze tijdens het verwerven actief betrokken zijn bij het generen van de stimuli dan wanneer ze de informatie alleen maar passief opnemen. Dit noem je het genereereffect.

    De bewaring:

    Herinneringen kunnen bestaan uit woorden, ideeen, waarnemingen in verschillende modaliteiten, gevoelens, motorische codes, die allemaal met elkaar samenhangen maar op verschillende plaatsen worden opgeslagen. Men vermoedt dat al deze kenmerken van een episode met elkaar verbonden zijn via connecties met de hippocampus en het hersengebied er omheen. Geheugensporen zijn gedistribueerde representaties. Er zitten geen informatie eenheden vervat in 1 enkele verbinding tussen 2 neuronen.

    Redenen hiervoor zijn:

    1. Individuele neuronen vuren niet betrouwbaar genoeg om aan- of afwezigheid van een stimulus aan te duiden.
    2. Een verdeling over meerdere neuronen is beter bestand tegen schade. De capaciteit van de hersenen om een aanvaardbare output te blijven genereren ondanks schade aan de individuele eenheden en hun connecties wordt gracieuze degradatie genoemd.
    3. Een systeem met gedistribueerde representaties is in staat om te generaliseren.
    4. Inhoudgebaseerde in plaats van adresgebaseerde organisatie. Een adresgebaseerde bibliotheekmetafoor zou inhouden dat er maar een paar ingangen zijn tot de juiste informatie, bv. titel, trefwoord. In de inhoudsgebaseerde organisatie van McClelland wordt elk kenmerk voorgesteld door een knoop die geactiveerd kan worden en verbonden is met andere knopen. De knopen zijn onderverdeeld in verschillende groepen naargelang van de categorie waartoe ze behoren. Een geheugenspoor wordt gevormd door een connectie te activeren tussen 2 knopen.
    Voorspellingen door het inhoudsgebaseerde model:

    1. Informatie heeft meer kans teruggevonden te worden als er vanuit veel kanten connecties naar de informatieknoop zijn, want dan zijn er veel aanwijzigingen van waaruit de knoop geactiveerd kan worden.
    2. De activatie van een herinneringsknoop neemt toe naarmate meer aanwijzigingen geactiveerd worden die verbonden zijn met deze ene herinnering.
    3. Een aanwijzing is vooral effectief als zij met niet al te veel knopen verbonden is.
    4. Herinneringen oproepen is een zoektocht, waarbij een geactiveerde knoop andere knopen activeert die in competitie moeten treden met alternatieve knopen die ook in zekere mate effectief zijn.
    De oproeping:

    Herinneringen zijn mogelijk doordat we eerdere gebeurtenissen kunnen oproepen. Dit gebeurt niet enkel omdat je de informatie gecodeerd en in je geheugen opgeslagen hebt maar ook doordat je een geschikte aanwijzing gevonden hebt om de gebeurtenis te kunnen oproepen. Men kan zoals eerder gezien het proces tot herinnering verbeteren door informatie langs twee kanalen op te slaan. Het is eigenlijk dus niet meer dan oproepingsaanwijzingen te creëeren zodat we later de info op zich makkelijker kunnen terugvinden. Doch treedt er ook verval op zodat we ons niet alles gaan kunnen blijven herinneren. Het geheugenspoor kan namelijk gewist worden omdat er nieuwe informatie moet worden opgeslagen.

    Interferentie verwijst naar de obstructie die een herinnering uitvoert bij het ophalen van een andere herinnering. Proactieve interferentie verwijst naar moeilijkheden om een gebeurtenis op te roepen als gevolg van activiteiten die aan de opslag van de gebeurtenissen vooraf gingen. Retroactieve interferentie verwijst naar moeilijkheden van na de opslag. De hypothese van de codeerspecificiteit: het geheugen voor een gebeurtenis zal enkel door een aanwijzing verbeterd worden als de informatie in de aanwijzing overeenstemt met informatie die in het geheugenspoor aanwezig is. Daarom is terugkeren naar de plek van een gebeurtenis een goede manier om herinneringen te activeren.
    1. Concept van de transfer-aangepaste verwerking: alle verwerkingstypes van het bestudeerde materiaal zijn goed zolang ze getransfereerd kunnen worden naar de oproepsituatie. Een oproepingsaanwijzing is vooral effectief wanneer die slechts met 1 geheugenspoor verbonden is.
    2. Isolatie effect: een gebeurtenis die anders is dan andere gelijktijdige gebeurtenissen wordt beter onthouden dan een gebeurtenis die niet anders is. Distinctieve aanwijzingen worden goed onthouden omdat ze een unieke aanwijzing hebben die niet met andere herinneringen gedeeld hoeft te worden.
    3. Flitslicht herinneringen: zijn herinneringen aan onverwachte, emotioneel geladen momenten. Al zijn deze herinneringen niet zo nauwkeurig als wel gedacht wordt. Vooral in de week na de gebeurtenis blijkt er veel onjuiste reconstructie plaats te vinden.